Make kwatstival great again

Het is vrijdagmiddag, ergens in Büllingen. De zon staat laag boven een stuk privéterrein waar normaal niemand komt, en dat is precies de bedoeling. De eerste auto's rijden het terrein op, kofferbakken volgestouwd met zwemspullen, oude sportsetjes en de meest trashy, afgetrapte tokkie-outfits die de kast te bieden had. Niemand hoeft zich nog voor te stellen wie wie is, want vanaf dit moment heet niemand meer bij zijn echte naam. Vanaf nu ben jij Tammy. Of Randy. En je manieren? Die zijn thuis gebleven, netjes opgevouwen op het aanrecht.

Eten en bovenkledij staan al klaar voor de eerste avond, dat scheelt weer bagage, maar verder is het ieder voor zich, en allemaal samen tegelijk. De sfeer is meteen om te snijden: iemand heeft al een biertje open, iemand anders oefent zijn beste Earl Hickey-imitatie, en ergens achteraan het terrein klinkt voor het eerst die foute countrymuziek die het hele weekend niet meer zal stoppen.

Zaterdag breekt aan, en met haar de Redneck Olympics. Er wordt niet gefluisterd over lenigheid, waardigheid of pijngrens, die worden gewoon getest, hardop, met bier in de hand en publiek dat luidkeels aanmoedigt. Er vallen medailles. Er vallen ook mensen. Beide met evenveel gejuich.

Tegen de middag verandert het terrein in een catwalk vol camouflage, kunststof en twijfelachtige modekeuzes: de grote verkleedwedstrijd is begonnen. Hier bestaat "te ver" simpelweg niet, hoe minder tanden je uitstraalt, hoe verder je komt.

Als de zon ondergaat, verschuift alles naar ‘kampvuur’-modus. De whiskyflessen, goedkoop, sterk, precies goed, gaan van hand tot hand. De verhalen worden groter met elke ronde, tot niemand nog weet wat waar is en het ook niemand meer iets kan schelen. Ergens rond middernacht roept iemand voluit "KUT" naar de sterren, en de rest van het kamp antwoordt in koor.

Wat er die nacht precies gebeurt, blijft grotendeels in nevelen gehuld. Maar één ding is zeker: zondagochtend word je wakker met een hoofd vol vraagtekens, een lijf vol blauwe plekken, en herinneringen waarvan je stiekem hoopt dat je niet alles terugkrijgt.

Y'all ready?!

Ergens in een garage, een schuur of een vergeten hoekje van de tuin staat hij: die ene plastic flamingo die niemand ooit weggooit. Die tuinstoel met de barst. Die verweerde Amerikaanse vlag van een feestje van jaren terug. Die kerstverlichting die het nog voor de helft doet. Stuk voor stuk objecten die daar al veel te lang staan te wachten op hun grote moment.

Dat moment is nu.

Pak het in, gooi het achterin de auto en neem het mee naar Büllingen. Er is niemand die eerst goedkeuring geeft, niemand die oordeelt of het wel "gepast" is, hier geldt maar één simpele wet: hoe trashier, hoe lelijker, hoe totaal onnodig, hoe beter.

sponsored by Kwatsweiser